Rupert Sheldrake – De som der delen

november 1, 2009
by Steven van de Vijver

RupertSheldrake‘Het universum is één groot organisme. Er zijn geen statische wetten, alleen gewoonten en een bewustzijn. Het is zeer antropocentrisch en arrogant om te denken dat alleen mensen een bewustzijn hebben. We realiseren ons nauwelijks hoe beperkt onze blik op de werkelijkheid is.’
Met de publicatie van zijn eerste boek A New Science of Life: The Hypothesis of Morphic Resonance in 1981 deed Rupert Sheldrake de wetenschappelijke wereld op zijn grondvesten schudden. Zijn theorieën over morfogenetische velden lieten een heel nieuw licht schijnen op de wetten van de natuur. Sheldrake presenteerde een holistische visie, waarin alle leefbare structuren zijn opgebouwd en communiceren in grote velden. Conservatieve wetenschappers wisten zich er geen raad mee. Men erkende de waarde en de creativiteit van Sheldrakes theorie, maar dit kon de waarheid toch niet zijn.

Mijn ontmoeting met Rupert Sheldrake vindt plaats bij hem thuis in Londen. Als ik de metro uit kom, zie ik dat ik in een deftige buurt ben beland, waar hippe winkels een haag vormen naar Sheldrakes huis. Sheldrake woont tegenover het park waar Madonna en vrienden de honden uitlaten.
De deur wordt opengedaan door een man die niet bij de hippe omgeving past:
hij is in de zestig, heeft warrige krullen en draagt een groen, ongestreken overhemd met sandalen. Hij stelt zich vriendelijk voor als Rupert Sheldrake. In zeer beschaafd Engels biedt hij mij thee aan en leidt hij me naar boven. Op weg naar zijn studeerkamer moeten we langs grote stapels boeken slalommen. In de kamer zelf staan nog meer boeken, afgewisseld met verschillende voorwerpen uit exotische culturen.
Vanaf zijn vroegste jeugd is Sheldrake gefascineerd door de grote lijnen en krachten in de natuur. Zijn vader, een herbarist en botanist, introduceerde hem in de biologie. Op school groeide die fascinatie, vooral dankzij een aantal bekwame leraren. Sheldrake besloot om biologie en biochemie te studeren in Cambridge. Tijdens de studie realiseerde hij zich dat de blik op de biologie veel te mechanisch was: ‘Met alleen genen en moleculen kan de natuur niet worden uitgelegd.’
In de afgelopen eeuw hebben de natuurkunde en scheikunde revolutionaire ontwikkelingen ondergaan. Volgens Sheldrake is de visie van de biologie, ondanks allerlei ontdekkingen, steeds beperkter geworden. ‘De mechanische en reductionistische kijk op de natuur heeft de grote lijnen en mysteries niet kunnen verklaren. Veel wetenschappers proberen het onbegrijpelijke en onverklaarbare uit de biologie te verwijderen. Terwijl het juist essentieel is dat we daar naar blijven kijken. Het mysterie van het leven is de kern van de biologie’
Sheldrake betreurt het dat er veel onderwerpen zijn waar de wetenschap aan voorbij gaat. ‘We hebben dan wel berekend dat de maan de oceanen laat bewegen, maar de werkelijke reden wordt genegeerd. De spiritualiteit is door de wetenschap ingekapseld.’ De natuur in een breder perspectief plaatsen, daar streeft Sheldrake naar. Met allerlei experimenten probeert hij antwoord te vinden op grote vragen. Wat is de intuïtie van een hond? Hoe voelt hij wanneer zijn baas thuiskomt of overlijdt? Hoe weten postduiven over 1500 kilometer de weg terug? Hoe kan een groep spreeuwen moeiteloos gezamenlijk bochten draaien? Hoe kunnen jonge spinnen zonder voorbeeld van hun ouders een web spinnen? ‘De grote vragen in de biologie worden gemeden, terwijl grote delen van de bevolking hier juist erg in geïnteresseerd zijn.’ Volgens Sheldrake is de wetenschappelijke wereld dan ook verre van democratisch. ‘Wetenschap is niet puur een zoektocht naar de waarheid. Politieke en commerciële belangen spelen ook een grote rol.’

Aan Sheldrakes boek A New Science of Life ging een uitgebreid leerproces vooraf. Na zijn studie in Cambridge studeerde Sheldrake filosofie in Harvard. Daarna ging hij terug naar Cambridge, waar hij promoveerde in de biologie op het verouderingsproces van cellen. In Cambridge leerde hij kritisch denken en respect hebben voor feiten: ‘Ik leerde experimenten opstellen die zinnige vragen oplossen. Creatief omgaan met onderzoeksopstellingen om geld te besparen is een Britse traditie. Ik streef naar helderheid in de aanpak, zodat ook studenten de experimenten kunnen uitvoeren. De essentie is: eenvoudige vragen, eenvoudige methoden, eenvoudige antwoorden.’
Ook de interactie met wetenschappers uit andere studierichtingen was belangrijk voor Sheldrakes academische vorming. ‘Elke dag was er een gezamenlijke maaltijd met alle onderzoekers van Cambridge. Er werd heftig gediscussieerd, vanuit de verschillende achtergronden. Dat gaf me een bredere feitenkennis en inzicht in de volledige implicaties van je onderzoek. Diversiteit is een katalysator. Door met andere velden van wetenschap in aanraking te komen, besef je hoe beperkt de biologie is. Na de interactie ga je verder kijken; er komen nieuwe vragen.’
Na jaren van onderzoek aan de universiteit wilde Sheldrake praktischer gaan werken. Hij werd hoofd van een agrarisch onderzoeksinstituut in India. Zijn tijd in India heeft een grote invloed gehad op zijn denkpatronen. ‘In India bestaat er een lange traditie van een bredere kijk op natuurlijke processen, een meer holistische benadering van problemen.’ Sheldrake ziet ook de beperkingen van deze manier van denken in: ‘Het ontbreken van een experimentele benadering en een gebrek aan details houdt de ideeën statisch.’
Een andere openbaring voor hem in India was de rijkdom van het leven in het tropisch regenwoud. ‘Dankzij de enorme variëteit van diersoorten en planten zag ik plotseling de grootsheid van de natuur in. Om de potentie van de natuur te begrijpen, moet je haar zien, ruiken en voelen. Alleen boeken bestuderen is niet genoeg. De interactie, de toegevoegde waarde bovenop de som der delen ontgaat je dan. De complexiteit van het leven laat zich niet vangen op schrift.’
De wijze les van Sheldrakes tijd op de universiteit en in India, is dat niet het resultaat maar een specifieke manier van denken essentieel is. ‘Kritisch kijken is heel goed, maar alleen een academische blik biedt geen inzicht in alle processen. Soms moet je het hele plaatje voor je kunnen zien, zonder in de details te blijven hangen. Door zich alleen te concentreren op praktische vragen en details worden de studenten niet getraind in de grote vragen: vragen over God, onsterfelijkheid, bewustzijn en creativiteit. De openheid van geest, en de fascinatie voor onderliggende processen van leven, verdwijnen dan snel.’ Alleen een ruime blik is ook niet voldoende. ‘Er moet binnen de grote ideeën geëxperimenteerd worden om de waarheid te testen. De combinatie van een open vizier met een kritische blik is een vereiste voor progressie.’
Sheldrake leerde om de wetenschappelijke dilemma’s simpel te bekijken. ’Je moet je ideeën aan een gewone burger kunnen uitleggen, wil je er volledig achter kunnen staan.’ In India heeft hij zijn eerste boek hoofdstuk voor hoofdstuk aan een monnik verteld. ‘Je aanpak moet transparant blijven voor iedereen. Helderheid brengt een boodschap over.’

Sheldrake kan niet direct aangeven welke persoonlijke eigenschappen belangrijk zijn geweest voor zijn ontwikkeling. Peinzend kijkt hij door het raam naar het groene park. Dan zegt hij: ‘Altijd de grote vragen blijven stellen, nieuwsgierig zijn naar nieuwe antwoorden. Maar vertrouwen en optimisme zijn ook belangrijke pijlers om in de wetenschappelijke wereld te overleven. Als je bang bent voor de meningen van critici, of voor financiële onzekerheden, kun je je als onderzoeker niet optimaal ontwikkelen. Mijn jeugd vol liefde en vertrouwen is daarom heel belangrijk geweest.’
Een eigenschap waar hij in zijn hele leven baat van heeft gehad, is de betrokkenheid met religie. ‘Ik heb altijd behoefte gehad aan een holistische kijk op de wereld. Eerst kwam de wetenschappelijke ontwikkeling. Daarop volgde een religieuze behoefte.’ Sheldrake heeft een lange tocht gemaakt, langs het methodisme, atheïsme, agnosticisme, de islam, boeddhisme, soefisme en het christendom. Van de verschillende stromingen heeft hij onderdelen opgepikt. De overeenkomsten tussen deze religies en levenswijzen zijn het dagelijks bidden en het bezoeken van heilige plaatsen. ‘Bidden geeft kracht, harmonie en rust. Het is een bewustzijn van verbondenheid. Dat bewustzijn geeft een grotere spirituele dimensie aan het dagelijks leven. Bidden is een training van de interne dynamiek van de emoties.’ Naast het bidden, mediteert Sheldrake ook dagelijks.
‘Door meditatie krijg je een groter inzicht in de structuur van de geest. Je wordt je bewust van gewoonten en gedachten op basis van associaties, emoties en ervaringen. Wanneer je het stadium van gewoonten en gedachten overstijgt, kom je in een andere dimensie met een ruimer bewustzijn terecht. Een bewustzijn dat zich bevindt boven het menselijke, het mogelijke: het goddelijke bewustzijn.’
Sheldrake ziet het als een van de uitdagingen in zijn leven om telkens nieuwe gewoonten te vormen en die aan te passen aan de realiteit. ‘Door interactie met personen en situaties evolueren je gewoonten mee met de omgeving, waardoor je een continue ontwikkeling ondergaat. Flexibiliteit is inherent aan leven.’
Waar de inspiratie voor deze flexibiliteit en creatieve ideeën vandaan komt is volgens Sheldrake moeilijk te plaatsen. ‘De creativiteit komt vanzelf. Soms in interactie met anderen, soms door je omgeving te observeren, soms juist op stille momenten, vlak voor het in slaap vallen, of als je door een bos loopt. Je concentreren zonder onderbroken te worden is essentieel. Je kunt creativiteit niet forceren. Ideeën moeten kunnen stromen, kunnen vloeien. Soms ook tijdens meditaties.’
Overdag ontstaan er bij Sheldrake maar weinig nieuwe ideeën, omdat hij dan praktisch aan het werk moet. ‘Het moeilijkste is te beslissen welke ideeën de potentie hebben om verder uitgewerkt te worden, en hoe dat op de meest effectieve wijze kan gebeuren.’ Het realiseren van de ideeën is een kwestie van strikte discipline. ‘In een periode van schrijven heb ik zo min mogelijk contact met de buitenwereld. Alle ruis moet verdwijnen.’
Als ik Sheldrake vraag of hij misschien een motto heeft, moet hij lachen. Voor hem is het niet mogelijk om zijn levensvisie in een eenvoudige formule te vangen. ‘Het ervaren van de grootsheid en de schoonheid van de natuur overtreft alle woorden.’ Maar als we verder over zijn gedachten hierover praten, heeft hij misschien toch een motto dat zijn gevoel kan ondervangen. ‘Het geheel is meer dan de som der delen. De natuur is uit verschillende niveaus opgebouwd. Elk niveau heeft behalve zijn eigen waarde nog een toegevoegde waarde binnen het geheel. Waterstof- en zuurstofmoleculen hebben compleet verschillende eigenschappen en hebben van zichzelf maar een beperkte capaciteit, maar samen vormen ze de magische structuur van water. Er is een overkoepelende vorm die boven de waarde van alle kleine onderdelen uitstijgt.’
Volgens Sheldrake is de toegevoegde waarde van het geheel niet alleen in materie aanwezig. ‘Ook in relaties, families en sociale groepen is de kracht van het geheel meer dan een optelsom van alle individuele mogelijkheden. Maar ook op het persoonlijke vlak komt dit principe terug. Boven alle afzonderlijke ervaringen die een persoonlijkheid vormen, staat een eenheid waaruit een zelfgevoel voortkomt. Alle cellen zijn inmiddels honderden keren vervangen, maar het zelfgevoel blijft bestaan in de geest.’
Aan voorspellingen of waarschuwingen voor de toekomst waagt Sheldrake zich niet snel. Hij signaleert wel een proces waar meer aandacht voor zou moeten zijn. Zoals vaker begint hij zijn antwoord met een inleidend verhaal. ‘Het verschil tussen mensen en dieren is het gebruik van taal en abstracte begrippen. Dit is trouwens een verschil in mate en niet in soort. De mensheid heeft de mogelijkheid zich te ontwikkelen, door het vastleggen van kennis en gegevens, waardoor kennis van generatie op generatie kan worden doorgegeven.’ Sheldrake verklaart dat de grote sprongen in de ontwikkeling van de mens niets te maken heeft met een verhoging van intelligentie, maar eerder met het opbouwen van een culturele erfenis. ‘Deze erfenis moeten we op waarde schatten en koesteren.’ Als we dat nu en in de toekomst niet zullen doen, kan het volgens Sheldrake gevaarlijk worden: ‘De vernietiging van traditionele culturen door de massamedia is een bedreiging voor de menselijke beschaving. De rijkdom van eeuwenoude diversiteit en tradities verruilen voor een oppervlakkige Westerse monocultuur is een verarming. Modern rationalisme laat een traditie van spirituele ervaringen verdwijnen.’
Ook de vernietiging van de ecologische omgeving ziet hij als een groot gevaar. ‘We gedragen ons zeer asociaal tegenover alle andere soorten waarmee we de aarde moeten delen. Met het uitsterven van verschillende soorten planten, dieren en ecosystemen zal de wereld kwetsbaarder worden.’ Hij weet niet of deze verandering op korte termijn zal plaatsvinden. ‘Er zou vaker holistisch naar het leven op aarde gekeken moeten worden. Ik hoop op een maatschappij die niet gedomineerd wordt door kapitalisme en massamedia, maar die in balans is met natuur en bewustzijn.’
Sheldrake vindt het van belang om zowel ratio als gevoel in het handelen te betrekken. ‘Een tekortkoming van de wetenschap is dat men zich maar tot één vorm van mentale activiteit beperkt: de ratio. Het is de basis van wetenschappelijk nadenken, maar alleen het verstand toepassen, dat is behoorlijk armoedig. Het is belangrijk om gevoelens, mystiek, en spirituele ervaringen ook onderdeel van het leven te laten uitmaken.’

Na ons gesprek wenst Sheldrake me succes met mijn verdere zoektocht naar de grotere krachten achter het verwezenlijken van idealen. Hij hoopt dat het interview resultaat heeft. Als ik hem antwoord dat ons gesprek die ene vlinder kan zijn die een orkaan in China veroorzaakt, glimlacht hij. ‘Niet alle vlinders veroorzaken orkanen, je moet onderzoeken welke vlinders wat voor effect hebben.’

Nog geen reacties

Geef een reactie

Note: You can use basic XHTML in your comments. Your email address will never be published.

Abonneer op deze reactie-feed via RSS