Noreena Hertz – De puzzel van de wereld
Noreena Hertz was vierendertig jaar toen ze in 2001 haar eerste boek publiceerde: The Silent Takeover: Global Capitalism and the Death of Democracy. Hertz schreef, geïnspireerd door haar ervaringen als medewerker van de Wereldbank in de Sovjet-Unie, over de keerzijde van het kapitalisme. Het boek werd een wereldwijde bestseller. Ze werd overal uitgenodigd om haar ideeën toe te lichten. Ze stond op de barricaden van de antiglobalisten in Genua, maar ze schoof ook aan bij het World Economic Forum in Davos. Haar uitspraken over de globalisering en de machtsovername van het bedrijfsleven waren destijds revolutionair. Inmiddels kan de inhoud van haar boek als bekend worden verondersteld.
Als docente economie in Cambridge schreef ze verder. Drie jaar later verscheen haar tweede boek: I.O.U. The Debt Threat and Why We Must Defuse It over de gevaarlijke implicaties van oplopende schulden, en specifiek voor ontwikkelingslanden. Ze werd uitgenodigd bij de G8 en sprak met regeringsleiders en presidenten van multinationals over het belang van verandering van aanpak in de economie. Drie jaar later lijkt het kapitalisme mede op basis van ondoordachte geldverstrekkingen op het hakblok te liggen. Het lijkt het moment voor Noreena Hertz om te oogsten, maar daar heeft ze het te druk voor. Er zijn nieuwe uitdagingen waar ze haar hoofd over breekt. Het is met recht dat The Observer haar schetst als one of world’s leading young thinkers en de Vogue spreekt over one of the world’s most inspiring women.
We hebben een lunchafspraak in een Russisch café bij Primrose Hill, één van de betere buurten van London. Een kwartier te laat komt ze de hoek omlopen van de Regent’s Park Road. Ze heeft een stijlvolle tred, maar een vrolijk jasje met beschaafde glitters en een kleurrijk jurkje geven haar een speels karakter. Ze groet me vriendelijk. Bij binnenkomst loopt ze automatisch naar een tafeltje in de hoek. Blijkbaar komt ze hier vaker.
Ze is hier niet opgegroeid, dat was in een andere buurt van de stad, een stuk minder sjiek, maar wel Noord-Londen. Haar vader en moeder hadden daar een kledingbedrijf opgezet. Ze werkten dag en nacht. ‘Op hun kantoor was ook een speelkamer waar we dagen achter elkaar zaten. Na school gingen we niet naar huis maar naar het kantoor, en daar gebeurde altijd wel wat. We vonden het fantastisch.’
Ook op reis naar de verschillende Europese kledingfabrieken gingen Hertz en haar drieëneenhalf jaar jongere zusje mee. ‘We sliepen in kleine ruimtes boven de fabrieken. Waarschijnlijk heb ik me er daarom altijd thuis gevoeld en kon ik later, in Rusland, ook in fabrieken wonen.’
Ze bestelt een groot glas jus d’orange, om wat bij te sterken. Ze is herstellende van een keelinfectie. ‘We groeiden natuurlijk op met hard werken, maar ons gezin was ook warm en ondersteunend. Elke ochtend gezamenlijk ontbijt. Toen ik eenmaal in mijn tienerjaren zat, was ik weinig bij het avondeten, maar we zorgden er wel voor dat we genoeg gezamenlijke momenten hadden.’ Vooral haar moeder, die ze in een interview met The Times omschreef als een mix van Moeder Theresa, Superwoman en Cher, heeft een grote stempel op haar gedrukt. ‘Niemand van mijn dochters zal ooit de sokken wassen van een man,’ was haar adagium. Maar moeder wees haar ook op haar verantwoordelijkheid om met haar bijzondere capaciteiten iets voor de wereld te betekenen.
Al op jonge leeftijd blijkt Hertz intelligenter dan andere kinderen. Als ze elf maanden oud is, spreekt ze ineens vloeiende zinnen. Het babygebrabbel slaat ze over. Anderhalf jaar later maken de medewerkers van de speelgroep zich ernstig zorgen om de tweeënhalf jaar oude Noreena. Alle kinderen spelen in de zandbak, behalve Noreena, die verveeld voor zich uit kijkt. In overleg met haar ouders wordt de kinderpsycholoog ingeschakeld. Die ontdekt dat peuter Hertz het niveau van lezen van een negenjarige heeft. Ze had zichzelf leren lezen, met behulp van de boekenkast van haar ouders. Psychologen adviseren hen om de kleine Noreena naar school te sturen. Op school blijkt ze bladzijden niet te lezen, maar te scannen, in een tempo dat zelfs voor ervaren snellezers moeilijk bij te houden is.
Haar intelligentie heeft ze niet van een vreemde. Haar grootmoeder was één van de eerste vrouwen aan de universiteit van Berlijn met een titel in wiskunde, scheikunde en natuurkunde. Haar overgrootvader was de opperrabbijn van het Engelse koninkrijk, na eerder gepromoveerd te zijn aan Columbia University in de filosofie. De religieuze studies deed hij ernaast. Haar vader is afgestudeerd in Oxford en haar moeder is cum laude afgestudeerd in rechten en promoveerde op 42-jarige leeftijd in het bedrijfsrecht.
‘Toch heb ik niet het gevoel dat mijn ouders het wetenschappelijk denken aan mij hebben over gedragen. Het ging vanzelf. Ik denk eerder dat ze invloed hebben gehad op mijn sociale en maatschappelijke denken. Dankzij de reizen langs de fabrieken, en ook dankzij de vluchtelingen die bij ons logeerden, was ik me al vrij snel bewust van de vreemde verdeling van rijkdom en geluk.’ Moeder Leah Hertz was ook parlementslid en voerde campagnes voor de bevrijding van internationale politieke gevangenen. De gevangenen bood ze vervolgens thuis onderdak.
‘Mijn ouders waren zelf ook migranten, ik ben eerste generatie Engels,’ lacht Hertz. ‘Mijn wortels zijn verspreid over Tsjechië, Letland, Duitsland, de Verenigde Staten en Zuid-Afrika. Maar ze zijn allebei in Israël geboren, wat toen nog het Britse mandaat was. Mijn vader emigreerde op zijn veertiende naar Engeland, mijn moeder op haar eenentwintigste. Ze spraken beiden Engels met een accent en waren anders dan de typische Engelse joden. Ze hechtten veel belang aan hun Israëlische achtergrond. Thuis spraken ze soms Hebreeuws, als ze wilden dat wij hen niet verstonden, maar dat was voor mij alleen maar een reden om heel snel Hebreeuws te leren. Daarna spraken we soms half Engels, half Hebreeuws.’
In eerste instantie formuleert Hertz formeel, maar naarmate het gesprek vordert, krijgen haar worden een meer amicale klank en kan ik beter tot haar doordringen.
‘Ik heb nooit echt specifieke dromen over de toekomst gehad. Als klein kind kon ik soms wel wegdromen bij de Griekse mythen en sagen, maar het heden, met alle spannende dingen, hield me genoeg bezig. Mijn lievelingsboek was How things work, waarin staat beschreven hoe alles functioneert, van een stofzuiger tot een dieselmotor. Of het boek Survivor, waarin je kon leren hoe je een lawine of zandstorm kon overleven.’ Maar ze was ook gefascineerd door boeken over maatschappelijke thema’s, zoals To be a slave, over het leven in slavernij en The hidden persuaders, van Vance Packard, waarin beschreven staat hoe bedrijven consumenten in de luren leggen. Ze was dertien toen ze dit las, ze had het geplunderd uit de boekenkast van haar ouders.
‘Maar ik herinner me ook dat we uren aan het knutselen waren, of handwerken en breien. In de vakanties reisden we vaak met onze ouders langs verschillende fabrieken. Overal vroegen we aan de mensen of ze ons iets konden leren. De ene keer was het houtsnijwerk, de andere keer tekenen. We waren veel op onszelf aangewezen, op onze eigen inventiviteit en verbeelding. Veel boeken lezen, verhalen verzinnen. Veel vrijheid en tijd om te lummelen. Ik ben verbaasd als ik hoor hoe gestructureerd kinderen tegenwoordig leven.’
Ze had moeite met het voorspelbare ritme op school. ‘Toen ik negen was, weigerde ik een jaar lang naar school te gaan.’ Hertz kan er nu om lachen. ‘Ten einde raad schakelden mijn ouders een mentor in, die me dagelijks naar musea, theater en concerten meenam. Ik raakte overtuigd van het nut van onderwijs en keerde terug naar het klaslokaal.’ Hierna gaat ze naar het prestigieuze Westminster College en het North London Collegiate, waar alle meisjes hockey en netbal spelen, maar Hertz doet liever aan dans en karate. Zij heeft zelfs de zwarte band, iets wat je niet zou verwachten als je haar frêle lichaamsbouw ziet.
‘De enige serieuze ambitie die ik had was om actrice te worden. Ik werd aangenomen op het RADA.’ Dit is de Royal Academy of Dramatic Art, een van de bekendste toneelopleidingen ter wereld. ‘Tot mijn veertiende heb ik fanatiek toneel gespeeld en opgetreden in de grote theaters van Londen, maar ik kreeg een wijze tip: Het gaat er niet om of je goed bent, het gaat erom of je je niet kunt voorstellen dat je in je leven ooit iets anders zou doen dan toneel. Alleen dan maak je een kans om echt door te breken. En ik kon de rest van de wereld niet vergeten. Ik kan me niet op maar een ding richten. En dat is de rest van mijn leven zo gebleven.’
Met minimale inspanningen slaagt ze overtuigend voor haar eindexamen, en op zestienjarige leeftijd gaat ze het huis uit om te studeren aan University College London: economie en filosofie. Haar leeftijd was geen barrière, ze was altijd gewend om de jongste te zijn.
Na het behalen van haar bachelordiploma’s krijgt ze een aanbieding haar masteropleiding te volgen aan de beroemde Wharton business school in de Verenigde Staten.
Dan overlijdt haar moeder, na een driejarig ziekbed. Noreena is gebroken. Haar moeder was en is haar grootste idool. Leah Hertz was niet alleen succesvol als ondernemer en politica, maar ook als kunstenares. Ze exposeerde over de hele wereld. Noreena stelt haar master een jaar uit om het overlijden van haar moeder te verwerken, en om haar jongere zusje, die bij haar in huis komt wonen, op te vangen.
Haar moeders dood is een van de cruciale momenten in haar leven. ‘Tot mijn twintigste bewandelde ik een heel gemakkelijk traject, zonder me te realiseren waar het naar toe ging. Er gebeurde van alles zonder duidelijke richting. Na de dood van mijn moeder zag ik opeens in dat je nooit weet hoelang je nog hebt, en dat je uit elke dag het maximale moet halen.’ Ze ruilt haar laissez-faire-houding in voor het sterke arbeidsethos van haar moeder. Het jaar erop in Wharton is dat ook hard nodig. ‘De opleiding in de VS is compleet anders dan in Engeland. Ik moest voor het eerst werken, ik kende dat helemaal niet. Als ik iets van mijn master heb geleerd is het werken, nog meer dan alle theorie. Maar als iedereen om je heen heel hard werkt, kost dat een stuk minder moeite.’
Haar ambitie om actrice te worden heeft ze dan intussen verruild voor de ambitie om films te produceren. In Londen heeft ze in de zomers al meegelopen met belangrijke productiehuizen, maar ze wil de grote stap naar Hollywood maken. Daar hoopt ze via Wharton te komen. Aan het einde van haar master kan ze stage lopen als assistent van een agent bij een bekende filmproducent. ‘Daar moet je heel georganiseerd en netjes voor zijn, en dat is wel het laatste wat ik ben. Ik kan net mijn eigen bureau overzichtelijk houden, maar als ik dat voor anderen moet doen, komt niet bepaald het beste in mij naar boven. Het waren drie frustrerende maanden en met pijn in mijn hart verliet ik de stad. Ik heb nog wel contact met vrienden van toen, zoals Benicio del Toro en Ashley Judd, die het wel lukten om een plek te veroveren. Misschien kom ik ooit nog eens terug om een film te maken. Niet die fictiefilm met een sociale boodschap die ik in mijn hoofd had, maar een documentaire. Dat medium leent zich goed om een complex verhaal te vertellen.’
Ze verlaat Hollywood ook omdat er inmiddels een andere interesse is gewekt. In de zomer voor haar laatste studiejaar is ze door een professor gevraagd om mee te gaan naar Rusland. De reden daarvan is dat ze, behalve een briljant student, vloeiend Russisch spreekt. Dat had ze op middelbare school als extra vak gevolgd. Ze gaat werken aan het opzetten van de aandelenbeurs van Sint-Petersburg (toen nog Leningrad). Het blijkt meer dan een leuke zomerstage te zijn. Ze overlegdt met Jeltsin en andere partijbonzen over de eerste stappen van het kapitalisme in Rusland. Als ze, na haar onbevredigende ervaring in Hollywood, door de Wereldbank een topbaan aangeboden krijgt, is de keuze dan ook snel gemaakt. Op haar drieëntwintigste verhuist ze naar Rusland om haar onderzoek naar privatisering te vervolgen. Ze mag weer boven de fabrieken wonen. ‘Ik denk niet vaak aan vroeger. Maar als ik nu terug kijk, heb ik duidelijk een bepaalde lijn gevolgd.’
Tijdens haar periode in Rusland ontdekt ze dat alles wat ze tijdens haar studie over privatisering heeft geleerd, niet blijkt te werken in de Russische praktijk. ‘Economie blijkt niet om cijfers, tabellen en koersen te gaan, maar om werknemers, families en mensen,’ zegt ze. Het werk voor de Wereldbank resulteert in een opmerkelijk en zeer kritisch proefschrift voor de universiteit van Cambridge waarin ze de val van de Russische vrije markt voorspelt. Het proefschrift wordt ook uitgegeven in boekvorm.
Het gesprek is zo intensief dat we bijna vergeten om te lunchen. We bestellen twee typisch Russisch gevulde pannenkoeken. ‘Het Russische eten mis ik hier nog steeds.’
Na haar promotie in Cambridge krijgt ze een jaar vrij van de universiteit om voor de Nederlandse regering te onderzoeken wat voor rol de private sector bij het vredesproces in het Midden-Oosten kan vervullen. Ze geeft leiding aan een onderzoeksteam van veertig man, waarmee ze aanvankelijk hoopgevende resultaten boekt. Als Rabin in 1996 wordt vermoord verandert het politieke spectrum van de ene op de andere dag. Haar project wordt beëindigd, maar dankzij haar gasthoogleraarschappen aan de universiteiten van Utrecht en Rotterdam blijft ze verbonden aan Nederland.
Ze gaat terug naar Cambridge en besluit een boek te schrijven voor een groter publiek dan alleen voor economen. Dat boek wordt de bestseller The Silent Takeover. ‘Ik vind het een uitdaging om een belangrijk verhaal goed uit te denken en mensen van verschillende achtergronden zich betrokken te laten voelen.’ Ze ziet zich vooral als een denker, maar dankzij haar ervaringen als actrice heeft ze ook goed leren communiceren. ‘Er zijn veel briljante denkers, maar vaak kunnen die hun ideeën niet voor het voetlicht brengen. Er komt pas verandering als het originele denkwerk wordt gevolgd door effectieve communicatie.’
Hoe dat in de praktijk werkt, heeft ze laten zien met haar eigen televisieprogramma Politics Isn’t Working, waarin ze politici aan de tand voelde.
De pannenkoeken staan inmiddels al een tijdje op tafel, maar tijdens haar betoog blijven ze onaangeroerd. ‘Mijn kracht is misschien dat ik ongewone paden bewandel, zowel in gedachten als in praktijk.’ Dat dat ongewone pad haar lot is, gelooft ze niet. ‘Als er iets voorbestemd zou zijn, dan is dat misschien wanneer we geboren worden en wanneer we sterven. Wat er in je leven gebeurt en wat je ervan maakt is voor mij een combinatie van omstandigheden en actief handelen.’
Op mijn vaste vraag in elk interview wat de rol van religie is zegt ze dat geen functie in haar leven heeft, ook nooit gehad. ‘We gingen nooit naar de synagoge. We vierden Chanoeka in plaats van Kerstmis, daar hield het wel bij op. Ik zou mezelf agnostisch kunnen noemen, voor het geval dat er misschien toch nog iets bestaat na de dood.’ Ze moet lachen om haar opportunisme.
Ze heeft wel veel gelezen over religies, vooral over boeddhisme en zen, maar het komt niet terug in haar dagelijks leven. ‘Het enige ritueel dat ik heb is het aansteken van de kaarsen bij Chanoeka, maar dat komt meer door mijn joodse partner. Maar ik denk dat het goed voor me zou zijn om dagelijks te mediteren, dat heb ik in het verleden wel gedaan. Helaas is mijn huidige ritueel om de ochtend te starten met de vijfhonderd mails die wachten, en dan kom je die wereld niet meer uit. Tijdens mijn reizen naar congressen en symposia luister ik wel vaak meditatiesessies op mijn Ipod, maar dat is eigenlijk te weinig.’
Ze kijkt op haar horloge, voor het eerst in het gesprek, en realiseert zich dat het al laat is. Ze stort zich op de pannenkoek. Het is verbazingwekkend om te zien hoe snel ze eet en toch charmant blijft, terwijl ze ook nog eens uitlegt waarom het niet voelt alsof ze een droom heeft vervuld. ‘Ik ben misschien ook een stuk jonger dan de anderen die je hebt gesproken. Kom over een paar jaar terug. Maar misschien komt het nooit, omdat ik die droom niet heb of nooit heb gehad.’ Ze lacht. ‘Als ik een droom zou hebben, dan is dat om zoveel mogelijk te ervaren in dit leven. Een pad vol ervaringen, avonturen, ontmoetingen, interacties. Maar er is geen helder omlijnd doel, en het is nooit klaar.’
Het is in ieder geval niet haar droom om de wereld te veranderen. En ze twijfelt eraan of ze dat überhaupt wel heeft gedaan. Misschien wel indirect, als ze de mooie reacties leest van mensen die door haar boek of lezing een nieuw pad zijn ingeslagen. En dat heeft natuurlijk impact als dit CEO’s zijn van grote multinationals of invloedrijke politici. ‘Zelf heb ik geen fundamentele beslissingen genomen die de wereld hebben veranderd. Misschien heb ik in de wetenschappelijke wereld wel een aantal economische theorieën toegevoegd die inmiddels wel bekend zijn. Maar dat is niet zozeer mijn verdienste, als wel het verloop van de wereld.’
Ik ben verbaasd hoe nuchter ze tegenover haar eigen bijdrage staat en wat haar motivatie daarvoor is. ‘Ik zie de wereld als een heel grote puzzel en vanuit alle kanten probeer ik af en toe een stuk erbij te zetten. Met mijn eerste boek had ik het gevoel dat een aantal stukken goed bij elkaar pasten, en dat bleek inderdaad te kloppen.’
Hertz’s roze mobiel gaat af. Haar zus staat in de taxi voor haar huis te wachten. Ze is even over uit Israël, waar ze werkt als yogalerares. Ze gaan samen naar haar vader, die tien jaar geleden gepensioneerd is en nog steeds in Noord-Londen woont. Ze moet weg, maar wil het gesprek nog afmaken.
‘Op dit moment is voor mij de grote uitdaging wat de belangrijkste puzzelstukjes zijn. Welk onderdeel van de puzzel moet nu als eerste klaar zijn, en waarom? Ik wil de wereld begrijpen, en daarvoor moet je de goede vragen stellen. Moeten we het milieu prioriteit geven boven mensenrechten? Zijn smeltende ijsbergen belangrijker dan verkrachte vrouwen in Congo? Dat zijn moeilijke vragen, maar ze zijn wel essentieel. Hulp bieden is complex. Allereerst moet je mensen overtuigen dat hulp bieden vaak ook in hun eigen belang is, dat benadruk ik in mijn laatste boek. En hoe hou je mensen geïnteresseerd? Je kunt niet continu campagne voeren over tien onderwerpen tegelijk, dan raken mensen uitgeput. Soms moet je heel lokaal beginnen.’ Zo vroeg Hertz een paar jaar terug aan verschillende profvoetballers om hun salaris van één dag af te staan aan verpleegkundigen.
Bekende spelers als Ryan Giggs en Gary Neville deden mee en er ontstond een landelijke discussie over de grote inkomensverschillen, zowel lokaal als mondiaal.
Als je mensen eenmaal overtuigd hebt hulp te bieden, moet je vervolgens besluiten welke hulp je wilt gaan bieden. Hertz weet niet wat de meest effectieve manier van hulp verlenen is. Ze is met name gefascineerd hoe je die manieren kan bepalen. Wat weegt het zwaarst, en waarom? Wat is de matrix of formule hiervoor?
Volgens haar is de belangrijkste vraag: wat moeten we nu aanpakken? Ze heeft uitgebreide dossiers met wetenschappelijke literatuur over verschillende onderwerpen op haar kamer: milieu, mensenrechten, armoede, gezondheid. Maar hoe verbind je die onderwerpen met elkaar op efficiënte wijze? Complexe materie.
‘Misschien weten we nog niet wat de meest effectieve, allesomvattende manier is, maar we weten wel al enkele manieren die een verschil kunnen maken voor grote delen van de wereldbevolking. Misschien moeten we daar snel mee beginnen.’
Steven van de Vijver (Hamburg, 1977) heeft tijdens zijn studie geneeskunde langere tijd in Ethiopië, India, Australië en de Verenigde Staten gewerkt en daarover gepubliceerd in diverse tijdschriften...
Thijs Niemantsverdriet (1978) is sinds 2004 redacteur van Vrij Nederland. Hij studeerde geschiedenis in Amsterdam en Oxford en woonde in Florence. Tijdens zijn studententijd was hij lid van het cabaretgezelschap Schering en Inslag, waarmee hij in de finale stond van het Leids Cabaret Festival...
Tijn Touber (1960) is schrijver en componist. Hij is oprichter van popgroep Lois Lane en schreef enkele van hun hits. Hun debuutalbum bereikte de eerste plaats van de Album Top 100 en verkocht meer dan 100.000 stuks. Na dit muzikale avontuur trok hij zich terug om zich toe te leggen op bewustzijnsontwikkeling...
Tijdens en na zijn studie Nederlandse Taal- en Letterkunde werkte Willem van Leeuwen (1959) als correspondent en journalist bij het Amstelveens Weekblad. Daarna was hij onder meer werkzaam voor Twentsche Courant Tubantia....
Wil jij ook een interview met jouw held publiceren? Word schrijver voor Moderne Helden