Johann Olav Koss – Het effect van sport

november 1, 2009
by Steven van de Vijver

kossHoliday Inn Schiphol is de meest logische plek om Johann Olav Koss te ontmoeten. Hij is vanochtend om zes uur aangekomen uit Dubai, waar hij met de prins van Jordanië de nieuwe vestiging van zijn organisatie Right to Play heeft geopend. Vanavond gaat hij in debat met Lornah Kiplagat, de wereldkampioene op de halve marathon, en Bert Koenders, de Nederlandse minister van ontwikkelingssamenwerking. Morgenochtend om zes uur vliegt hij naar Washington om een aantal politici uit de Senaat te spreken over de Amerikaanse ontwikkelingshulp. ‘Het is een gemiddeld doordeweeks schema,’ zegt hij lachend.

Om twaalf uur, precies op tijd, stapt hij uit een auto die net voor het hotel is gestopt. Vanochtend is hij nog even op en neer gereden naar het kantoor van Right to Play in Rotterdam. Grote en kleine afstanden worden in een fysiek haast onmogelijk tijdschema afgelegd. Wat dat betreft is er niet veel veranderd sinds hij in het vorige decennium met een vergelijkbare dynamiek de internationale schaatstop domineerde.
Op 20 februari 1994 zet Johann Olav Koss tijdens de Olympische Spelen in Lillehammer de kroon op zijn glansrijke sportcarrière. In één week tijd schaatst hij drie gouden medailles bij elkaar, met drie wereldrecords. Op de cover van Time Magazine wordt hij afgebeeld als ‘Flash’. Het levert hem de titel ‘Sportsman of the Year’ op van US Sports Illustrated, hij wordt tot beste Noorse Olympiër aller tijden uitgeroepen en ontvangt nog vele andere prestigieuze nominaties.
Het was geen eenmalig succes: hij verbrak ervoor al tien keer een wereldrecord, behaalde eerder op de Olympische Spelen in Albertville ook goud (twee weken daarvoor lag hij nog in het ziekenhuis met een alvleesklierontsteking), won vier wereldkampioenschappen en stond bijna 2000 dagen nummer 1 op de Adelskalender als beste schaatser van de wereld.
Koss is dan 25 jaar oud en het lijkt erop dat hij de schaatssport nog jaren in zijn greep zal houden. Dan opeens stopt hij met schaatsen. ‘Er zijn zinnigere dingen te doen dan rondjes schaatsen op het ijs,’ is zijn verklaring. ‘Het is typisch dat men in Nederland nog steeds over het schaatsen begint. Voor mij lijkt het een periode uit een vorig leven.’

In de tussentijd is Koss ook bekend geworden met zijn andere activiteiten: niet alleen is hij Goodwill Ambassadeur van Unicef, maar ook IOC-lid, voorzitter van internationale antidopingcommissies en boegbeeld van zijn nieuwe organisatie Right to Play, een hulporganisatie die via sport en spel kinderen uit ontwikkelingslanden helpt. In de projecten van Right to Play wordt sport gebruikt om bepaalde boodschappen over te brengen op het gebied van gezondheidszorg, discriminatie of mentale ondersteuning. Inmiddels zijn er al drieëntwintig nationale vestigingen met meer dan zestig projecten over de hele wereld. Dankzij dit indrukwekkende curriculum vitae wordt Koss door organisaties als het World Economic Forum, Time Magazine en de Bilderberggroep gezien als een van de grote, toekomstige, global leaders.

In de lobby gaat Koss tegenover me zitten. Zijn outfit is die van een nuchtere Noorse schaatser: een oranje wollen trui, een spijkerbroek, wollen sokken en sportschoenen. Het Moleskine-schriftje en zijn Blackberry heeft hij voor zich neergelegd. Hij bestelt een bord pasta. De calorieën zijn hard nodig, want volgende week gaat hij de marathon van New York rennen. Hij mikt op een tijd van 3.30. Hij doet zijn schoenen en sokken uit om een blaar op zijn voet te laten luchten.
‘Voor mij gaat het ook niet vanzelf om in dit tempo over de wereld te reizen, of over een schaatsbaan te racen. Daar moet je dingen voor opofferen en keuzes in maken.’ Koss pulkt een stuk huid van zijn blaar af. ‘Maar die keuzes kun je pas maken als je een helder doel voor ogen hebt of een droom waar die keuzes naartoe moeten leiden.’
Volgens Koss begint het allemaal bij fantasie: ‘Als kind was ik veel aan het fantaseren. Ik genoot van de vrijheid waarmee je alles kon wensen. De wereld lag helemaal open. Toen ik elf jaar was had ik twee dingen bedacht. Ik zou arts worden én wereldkampioen schaatsen.’ Zijn grote voorbeeld was de schaatser Eric Heiden, die het schaatsen ook succesvol combineerde met de geneeskunde.
Zijn andere grote voorbeeld was zijn grootmoeder, die hij ‘een groot weldoener’ noemt, en die in zijn jeugd een belangrijke rol heeft gespeeld. ‘Je durft je dromen pas uit te spreken als je je veilig voelt. Dat was bij mij zeker het geval.’
Hij heeft twee jongere broers met wie hij dagen achter elkaar kon spelen en sporten. ‘Natuurlijk werden er ook wel eens grapjes over mijn dromen gemaakt en kreeg ik tikken op mijn neus dat ik niet alleen in de fantasie moest leven, maar ook in het hier en nu. Maar het vertrouwen was er altijd. Vooral van mijn grootmoeder. Ze liet me over mijn droom praten, gaf me de ruimte en gebruikte het ook om me mijn bord leeg te laten eten. ‘Geen wereldkampioen zonder spieren en geen spieren zonder oma’s gehaktballen!’ was de bekende slogan thuis aan tafel.’ Koss is 38, maar hij glundert nog vaak als een ondeugend kind.

Een doel alleen is echter niet genoeg. In zijn boek Effect beschrijft Koss hoe hij met alleen een doel voor ogen de mist inging. In 1990 besloot hij het wereldrecord van zijn landgenoot Geir Karlstad te verbeteren. Continu dacht hij aan de tijd die hij moest verbreken, er was geen ruimte in zijn hoofd voor iets anders. Maar zijn race verliep desastreus. Koss had er nooit bij stilgestaan hoe hij die race daadwerkelijk zou gaan schaatsen. Hij was het proces vergeten, zegt hij nu.
‘Het proces is de toestand waarin je je bevindt als je bezig bent je doelen te bereiken. Je hebt bepaalde acties en gedachten nodig om bij het doel te komen,’ vertelt Koss in haast accentloos Engels. De mislukte recordpoging was een beginnersfout. Als elfjarige jongen gaf zijn vader hem vlak voor de start van de Noorse schaatskampioenschappen een wijze raad mee: ‘Denk niet aan de tijden die je gaat halen, maar laat je lichaam de wedstrijd rijden.’ Het waren deze woorden van zijn vader die hem wezen op het belang van het proces. ‘Pas na eindeloze trainingen breekt het moment aan waarbij het lichaam het hoofd overstemt. Daar moet je op vertrouwen.’
Op die manier reed Johann Olav Koss in 1991 met 14.000 Oranjesupporters op de tribune in Heerenveen twee wereldrecords en werd hij wereldkampioen. ‘Alles ging vanzelf. Alles klopte,’ was het bekende commentaar van de getrainde topsporter na een gewonnen wedstrijd. Zijn lichaam had hem geleid in het proces om zijn doelen te verwezenlijken.

‘Maar je moet altijd scherp blijven,’ zegt Koss en neemt een slok van zijn Spa rood. ‘Ondanks mijn prestaties wilde ik me blijven ontwikkelen. Samen met mijn coach besloot ik om mijn schaatsslag radicaal te veranderen om nog betere resultaten te krijgen. Het kostte me veel moeite om het oude systeem uit mijn lichaam te krijgen en de nieuwe beweging een automatisme te laten worden. Ik zat midden in mijn carrière, het was een jaar zonder overwinningen. Een grote opoffering.’ Maar het heeft hem wel de perfecte techniek opgeleverd voor zijn gouden races in Lillehammer.
Mentale begeleiding speelde in de laatste jaren van zijn schaatsbestaan een steeds belangrijkere rol. Vanaf zijn vijftiende luisterde hij al naar cassettebandjes van een Zweedse psycholoog, met ontspannings- en ademhalingsoefeningen. Als kind was hij heel zenuwachtig en moeilijk te hanteren. De oefeningen waren goed voor hem. In de aanloop naar Lillehammer werd de begeleiding uitgebreid met een compleet team van psychologen. Hij was geen natuurtalent, zegt hij, maar hij heeft de voordelen van zijn werklust en psychische kracht benut.
De druk om in zijn eigen stadion goud te winnen was enorm. ‘Toch was de wil die uit mezelf kwam groter dan de druk om mij heen. Toen bekend werd dat de Winterspelen in 1994 in Lillehammer werden gehouden, besloot ik dat ik daar moest winnen. Die innerlijke drive had ik zes jaar lang gekoesterd, en die overheerste de druk van buitenaf die pas een paar maanden voor de Spelen werd opgevoerd.’ De races waren de virtuoze uitvoering van zijn spier- en psychische kracht.
Tijdens de Spelen in Lillehammer was hij bovendien al bezig met zijn toekomstige missie: ontwikkelingshulp. Een half jaar eerder was hij door Olympic Aid, een organisatie die met de hulp van Olympische sporters geld inzamelt voor goede doelen, uitgezonden naar Eritrea. ‘Dat bezoek heeft mijn lot bepaald. Ik zag daar tijdens een voetbalwedstrijdje tussen straatkinderen, die een opgerold T-shirt als geïmproviseerde bal gebruikten, hoe sport een bron van vreugde is en kansen biedt aan een bevolking in nood.’ Hij doneerde tijdens de Spelen zijn winstpremies aan de kinderen in Eritrea en overtuigde ook zijn medesporters om hun geld aan de hulporganisatie te schenken. Er werd meer dan achttien miljoen dollar opgehaald. Na de Spelen reisde hij weer naar Eritrea om sportspullen te brengen. Hij genoot ervan om zijn persoonlijke, nogal egocentrische, prestaties – wereldrecords schaatsen – in te zetten voor een algemene zaak.

Koss gaat zich na deze bezoeken aan Eritera bezighouden met sport als ontwikkelingshulp. In eerste instantie als vrijwilliger naast zijn studie geneeskunde, die hij in Australië heeft opgepakt. Elke maand is hij, tussen de colleges door, twee weken op pad. Maar als hij in 2000 afstudeert als arts staat zijn leven al volledig in het teken van ontwikkelingshulp. Hij besluit zich fulltime te richten op Olympic Aid, dat later over zal gaan in Right to Play.
‘Ik heb het levenspad gekozen waarin ik de grootste bijdrage kan leveren. De geneeskunde was een serieuze optie. Chirurgie had altijd mijn voorkeur. Met name de vasculaire chirurgie zag ik als een nieuwe sport, waarbij het uiterste van mijn lichaam en geest werd gevraagd. Het artsenvak is heel mooi, maar wel één op één. Een wereldwijde organisatie opzetten en besturen waarbij kinderen door sport een beter leven krijgen, heeft meer impact. Het vraagt meer van mijn talenten. Dus houd ik me daar mee bezig.’

De pasta wordt geserveerd en tien minuten later is zijn bord brandschoon, ondanks Koss’ monoloog. ‘Het resultaat van Right to Play is erg stimulerend. Kinderen op verwaarloosde plekken die zeggen dat hun levens dankzij jouw programma’s zijn veranderd. Daar krijg je veel energie van. Misschien meer dan van een gouden plak om je nek. Dat was ook de reden om te stoppen met schaatsen. Dat succes stimuleerde niet zo sterk meer.Het is essentieel om het proces te zoeken dat je leuk vindt. Ik heb wel eens gezegd dat als je het leuk vindt om gewicht te heffen, je spieren dan ook sneller sterker worden.’
Alleen de schaatsbaan, of alleen het ziekenhuis is te klein voor Koss’ ambities.
‘Met verschillende sporten spreek je verschillende mensen aan. Maar in elke sport zijn de waarden dezelfde: teamgeest, respect en doorzettingsvermogen.’
Koss doet zijn sokken en schoenen weer aan en kijkt me van achter zijn designbril met vrolijke ogen aan. Als het over de passie van sport gaat, raakt hij nog meer op stoom dan hij al was. ‘De energie en ambitie om dit te doen komt ook omdat ik zelf zo gelukkig ben geweest, en dan voornamelijk door sport. Sport heeft mij geholpen om mijn dromen te vervullen. Via sport heb ik mijn persoonlijkheid ontwikkeld en belangrijke levenslessen geleerd: doelen stellen, hard werken en me concentreren op het proces. Ik wil iedereen laten delen in het geluk dat sport kan geven en dat de mogelijkheid kan bieden om het leven te verbeteren.’
Elke dag laadt Koss zich weer op om nieuwe stappen te nemen. ‘Mensen zijn niet, ze doen,’ legt hij uit. ‘Mijn gouden medailles en sportervaringen zijn op zichzelf niks waard. Ze worden wat waard zodra ik iets doe. Voor mij is dat een reden om elke dag wat te doen. Dat maakt me uiteindelijk tot wie ik ben. Als ik dan eenmaal ben getransformeerd tot wie ik ben, is dat weer een reden om iets te doen. Dat patroon vormt cirkels waardoor ik elke ochtend met frisse energie nieuwe dingen oppak.’ Hij schuift zijn bril hoger op zijn neus.
‘Right to Play geeft mijn leven zin, plezier en uitdagingen. Het is belangrijk om de waarden te ontdekken die je wilt uitdragen in het leven. Van daaruit probeer je een plek te vinden om dat te realiseren. Mijn motto is simpel: “Look after yourself, look after one another”.’ Het is de officiële slogan van Right to Play geworden.

‘Natuurlijk is het vertrouwd om weer in Nederland te zijn,’ zegt Koss met een glimlach. Misschien denkt hij aan alle keren dat hij de Nederlanders op de schaats te snel af was. ‘Het resultaat ligt achter je en verschaft je het inzicht en vertrouwen om risico’s te nemen en fouten te durven maken. Daarbij is het belangrijker stil te staan bij wat er wel lukte. Als je je niet concentreert op de positieve aspecten van het proces, behaal je je doel nooit. De werkelijke verandering ligt in het doel en de acties voor in de toekomst.’
Hij vraagt nog een glas kraanwater bij de ober. ‘Als sporter creëer je de gave om in fouten alleen maar leerdoelen te zien. Er bestaat geen verlies. Als er iets is wat minder goed verloopt, kun je dat altijd weer zien als een mogelijkheid om nog beter te worden. Het is maar waar je de eindstreep zet. Maar opgeven zal ik niet doen. Juist dat doorzettingsvermogen is iets wat een sporter en ondernemer moet hebben om succesvol te zijn. Dat is een inzicht dat mij veel heeft gebracht als social entrepreneur, zoals ze dat in Canada noemen.’ Hij lacht alsof hij nog moet wennen aan zijn nieuwe status.
Koss gebruikt veel van zijn ervaringen als schaatser op de werkvloer. Maar er zijn natuurlijk ook verschillen, zoals het begrip ‘compromis’. ‘In het leven van een topsporter staat het doel, de overwinning, centraal en daar moet alles voor wijken. Eten, slapen, sociale activiteiten. Alles staat in dienst van het hogere doel. Bij hulporganisaties kun je niet met de verschillende partijen aan tafel schuiven met de instelling dat je de tafel pas verlaat als jij je zin hebt gekregen. Je moet er samen uitkomen. Daar moet iedereen iets voor inleveren. Maar uiteindelijk is er meer winst voor iedereen.’
Koss combineert in zijn uitspraken en zijn afwisselend vriendelijke en strenge blikken de instelling van de meedogenloze solist met die van de sociale teamspeler. ‘Als schaatser is het al een behoorlijke uitdaging om je eigen doel en proces in balans te hebben. Maar voor een grote organisatie gaat het erom dat al die tientallen mensen ook in balans zijn met hun doelen en hun proces. Dat maakt het een stuk lastiger. En een stuk leuker.’
Bij Right to Play geeft hij de verschillende kantoren heel veel ruimte en verantwoordelijkheid. Het is belangrijk dat zij gelegenheid krijgen om hun eigen doelen en processen te creëren. Mensen moeten de gezamenlijke prestaties als onderdeel van hun eigen ontwikkeling zien. Zelf heeft hij dat inzicht gekregen in de voorbereiding op Lillehammer. ‘Het Noors Olympisch team begon hoog van de toren te blazen over hoeveel gouden medailles er behaald moesten worden, zonder de sporters erin te betrekken. Zij hadden het doel gesteld en de rest moest er maar aan voldoen. Dat werkte niet. Binnen de schaatsploeg kwam er veel kritiek. “Moeten wij het doen, of gaat het bondsbestuur zelf schaatsen?” Toen werd duidelijk dat de doelstellingen weer terug bij de atleten gelegd moest worden. Elke schaatser trok zich terug en maakte een indeling wie op welke afstanden welke medaille zou winnen. Na een week kwam iedereen bij elkaar om de verschillende motivaties bij elkaar te leggen. Het resultaat was zeven keer goud en een paar keer zilver. Een opmerkelijke score, aangezien er maar vijf Olympische afstanden zijn. Het heeft me geleerd om iedereen zijn persoonlijke doelstellingen te laten ontwikkelen binnen het grote geheel.’

Koss’ doel is om Right to Play net zo bekend te maken als Unicef en het Rode Kruis. En hij is op de goede weg. Elk jaar komen er meer werknemers bij bij Right to Play dan bij Unicef. De teller staat nu op elfduizend. Maar hij blijft behoedzaam. ‘Je moet de gebieden kennen waar je naartoe wil. Weten wat je eigen capaciteiten zijn.’
De Masters’ in Business Administration die hij in 2004 heeft gehaald, tussen alle werkzaamheden door, laat zijn sporen achter. ‘Het is gewoon een groot bedrijf dat ik moet leiden. Er is geen verschil tussen profit of non-profit. Je moet je huiswerk goed doen. Met een omzet van 25 miljoen euro zijn er ook grote verantwoordelijkheden.’
Het doel is helder: in 2012 moeten er vijf miljoen kinderen bij Right to Play betrokken zijn. Koss’ motto als het om prestaties gaat is niet voor niets ‘vrees niet om groot te denken, en begin er vandaag nog mee’.
Maar zijn belangrijkste werk is niet om naar cijfers te kijken en berekeningen te maken. Zijn belangrijkste werk is de passie overbrengen, mensen binnen de organisatie motiveren en steunen ondanks tegenslagen en koersveranderingen. En mensen buiten de organisatie aansteken met zijn passie voor het samenbrengen van mensen via sport en spel. Hij heeft vele bekende sporters verzameld die hem helpen zijn boodschap uit te dragen.
‘Atleten hoef je niet uit te leggen wat de kracht van sport is. Ze voelen zelf hoe het hun leven heeft gedomineerd.’ Een imposant rijtje – Zinedine Zidane, Lance Armstrong, Wayne Gretzky – prijkt op de site van Right to Play. Het is opvallend dat de schaatsers nog steeds een grote groep vormen. Sommige collega’s, zoals Bart Veldkamp, zijn ondertussen goede vrienden geworden.
‘Ik heb nog steeds een liefde voor het schaatsen en kan genieten van de huidige successen van bijvoorbeeld Sven Kramer.’ De laatste keer dat hij zelf serieus op het ijs heeft gestaan was de laatste Elfstedentocht, elf jaar geleden. Drie dagen voor de start werd hij uitgenodigd en compleet ongetraind stond hij voor ‘een van de mooiste sportmomenten uit mijn leven’ zegt hij.

Het is duidelijk dat Koss genoeg begint te krijgen van het continu antwoord geven, zonder zelf iets te mogen vragen. De nieuwsgierigheid van een arts is moeilijk te onderdrukken. Het zit blijkbaar in de genen, want zijn ouders zijn allebei ook arts: moeder gynaecoloog, vader cardioloog. Hij wil weten wat mijn achtergrond is, hoe ik over het leven denk, of ik de liefde met mijn werk combineer. En wat mijn tijd op de marathon was.
Ondanks zijn strakke schema’s en discipline is Koss iemand die oog houdt voor de mensen in zijn omgeving. De obers van het Holiday Inn kent hij inmiddels bij naam.
Koss zou het liefst elke dag weer het maximale van zichzelf eisen, maar hij voelt zelf ook dat er grenzen zijn. ‘Ik ontspan soms door te rennen en films te kijken. Of met een korte break in de bergen om te skiën. Maar misschien is mijn volgende grote keuze een gezin starten,’ zegt hij glimlachend, waarschijnlijk met zijn nieuwe geliefde in Amerika in zijn achterhoofd. Twee eerdere geliefden brachten hem in Australië en Canada. De komende jaren zal hij de kar van Right to Play nog wel trekken, maar hij kijkt met een schuin oog naar toekomstige opvolging. Als ervaren sporter weet hij dat niemand eeuwig aan de top kan blijven.

’s Avonds in de Melkweg in Amsterdam staat hij strak in het pak. Hij is de grote ambassadeur van Right to Play die met ministers en staatshoofden moet praten over de manieren waarop sport ingezet kan worden in de ontwikkelingssamenwerking. Hij kent de meeste politici al van eerdere bijeenkomsten. Alleen aan de designbril herken ik de ontspannen schaatser van die middag.
Koss’ verhaal is oprecht, authentiek en zelfs na honderden toespraken over de hele wereld, van Dubai tot Washington, vol overtuiging. Hij maakt vlotte grapjes en vertelt pakkende anekdotes. Zelfs de jonge generatie, die zijn sportprestaties niet heeft meegemaakt, voelt aan dat er een superster op het podium staat. Na afloop volgen er interviews met radio, kranten en televisie. Fans spreken hem aan voor een handtekening of een praatje. Voor alles heeft hij tijd. Vlak voordat hij tegen twaalf uur ’s nachts door de Right to Play-medewerkers in een taxi wordt gestopt, stapt hij op me af en vraagt hij naar mijn vriendin. Ik ben verbaasd door zijn attentie en vriendelijkheid.

De volgende ochtend mailt hij me vanuit Washington: ‘Dank voor de mooie ontmoeting, volg je hart, en ik ben benieuwd naar het eindresultaat van de interviewreeks.’ Vol energie werk ik tot diep in de nacht om dit interview af te maken. Het is een aanstekelijke krachtpatser. En zijn tijd op de marathon: 3.24.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Note: You can use basic XHTML in your comments. Your email address will never be published.

Abonneer op deze reactie-feed via RSS