Hugo Tempelman – Kwajongen met een missie

november 1, 2009
by Moderne Helden

tempelmanHet is even stil aan de andere kant van de lijn. ‘Kut met peren,’ zegt de Nederlandse tropenarts Hugo Tempelman dan. Ik zou hem vandaag ontmoeten in zijn kliniek Elandsdoorn, twee uur rijden van Johannesburg, en belde hem vanuit de auto om te zeggen dat ik halverwege ben.
Hij schaamt zich diep dat hij er vandaag niet kan zijn. Hij heeft problemen met een ander project.
Zijn voorstel is dat ik vandaag het project kom bekijken en dat hij morgenavond naar Johannesburg komt voor het interview. Een uur later staat de nieuwe directeur mij op te wachten op het terrein van Elandsdoorn. Ze is recent aangetrokken om Hugo en Liesje Tempelman te helpen bij het management van de dagelijks groeiende organisatie. In de loop der jaren is de huisartsenpraktijk uitgebreid met verloskamers, een kraamafdeling, een hiv-polikliniek, een laboratorium, een radiologieafdeling, vijf voedingscentra met moestuinen, kinderdagverblijven, 26 waterputten, een groot sportcomplex, een vuilnisdienst, een bakkerij, een postkantoor, een luierfabriek, een autowasserij en over een maand moet het grote theater klaar zijn. Er werken inmiddels 240 mensen. Het is een complete stad, waarin gezondheid en kwaliteit van leven centraal staan. Het is mooi om te zien hoe vrolijk, gedreven en behulpzaam iedereen zijn werk doet. Het laboratorium is van het hoogste niveau, met geavanceerde apparatuur, en overal is het brandschoon. De vrouw die me rondleidt laat het me trots zien: diep onder de indruk rijd ik in de avond weer naar huis. Ik ben benieuwd naar de persoon achter dit project.

Met een grote glimlach loopt Hugo Tempelman de lobby van het hotel binnen. Een stevige man in een modieus geel overhemd, een turkoois gestippelde leesbril in zijn haar. Hij schudt me de hand en verontschuldigt zich voor de situatie. ‘Maar als je een gesprek voert, moet je het goed doen.’ Hij houdt twee dikke Cubaanse sigaren in de lucht. ‘Laten we samen de vredespijp roken bij een paar koude pintjes.’ We schuiven aan een tafel in de bar van het Protea Hotel, in het centrum van Johannesburg.
‘Ik zie nu al dat je te weinig papier bij je hebt.’ Hij kijkt met een glimlach naar mijn aantekenblok op tafel. ‘Die zijn over twee uurtjes volgeschreven en dan ben ik pas halverwege het verhaal.’ Op mijn eerste vraag antwoordt Hugo Tempelman met een monoloog die alleen wordt onderbroken voor het bestellen van een nieuwe ronde bier.
‘Het begon toen ik vier jaar oud was en ik een brandende lucifer in een lege tank van de auto stopte. Toen er niks gebeurde, keek ik even door de opening. Door de ontploffing had ik eigenlijk blind moeten zijn, maar de chirurg wist op wonderbaarlijke wijze mijn gezichtsvermogen te behouden. Mijn liefde voor de geneeskunde was geboren, en de chirurg in kwestie zou later mijn schoonvader worden. Na een jaar uitgeloot te zijn, waardoor ik heb leren biljarten in Wageningen, mocht ik eindelijk beginnen met geneeskunde.’
Hij pakt lucifers om onze sigaren aan te steken, en vervolgt ondertussen zijn verhaal.
‘Ik vond het leuk om naast mijn studie veel te reizen en verschillende baantjes te hebben. Barman, dakdekker, bouwvakker, rubber persen, eieren verpakken; in zo veel verschillende werelden heb ik een inkijkje gehad. Dat heeft me later geholpen om mensen met allerlei verschillende achtergronden beter te begrijpen. Het belangrijkste voor een arts is dat je snapt hoe je patiënt denkt en praat. In de studietijd moet je leren de horizon letterlijk en figuurlijk te verbreden. En het lef te hebben om uit je eigen cocon te stappen.’
Aan het einde van de studie is het hem duidelijk dat hij tropenarts wil worden. ‘In die periode zaten er zevenhonderd werkloze artsen met hun ellebogen te duwen, terwijl er aan de andere kant van de planeet een chronisch tekort is. Dat maakte de keuze eenvoudig.’
Met een studiegenoot organiseert hij een stage in een staatsziekenhuis in Somalië. ‘Tanzania en Kenia kende iedereen al. Het moest natuurlijk wel spannend blijven.’ Hij schrijft honderdvijftig bedrijven aan en heeft binnen een paar maanden operatiemateriaal en medicijnen ter waarde van tweehonderdduizend gulden. ‘Het grootste probleem was hoe we die vier ton materiaal over de grens zouden krijgen. Gelukkig kenden we de consul goed en heeft hij, onder het genot van een glaasje bier, de papieren afgetekend.’ Tempelman blaast de rook in dikke wolken uit. Zijn Oosterse accent verraadt nog steeds zijn Apeldoornse achtergrond.
‘Met een container vol spullen waren we meteen de meest gewilde studenten van Somalië. In vier maanden tijd konden we bij twaalf verschillende projecten langskomen. Zo kreeg ik een goed beeld wat er goed en fout kon gaan in een tropenziekenhuis.’ Het tropenwerk begint hem steeds meer te fascineren. ‘Waarom zou ik in een systeem gaan werken waar alles al werkt? Daar leek me geen klap aan. Ik wilde iets nieuws. Bovendien kon ik de structureel ongelijke verdeling van zorg en rijkdom niet accepteren.’

Zijn droom lijkt bruut verstoord te worden door een zwaar ongeluk. Tijdens een skivakantie wil hij imponeren met een grote sprong, maar hij schat de diepte aan de andere kant van de schans niet goed in. Hij valt op zijn rug en heeft direct in de gaten dat het mis is. Dankzij zijn medische achtergrond weigert hij een wiebelende brancard, maar eist hij vervoer in een plankhard vacuümmatras. Achteraf zijn redding, want in het ziekenhuis blijkt hij een instabiele wervelfractuur te hebben en beginnen de eerste verlammingsverschijnselen zich voor te doen. ‘Iedereen dacht dat het afgelopen met me was, maar ik had de droom van Afrika nog in mijn hoofd.’ Hij moest zes weken doodstil liggen in een cirkelbed en daarna maanden revalideren. ‘Daar heb ik een ijzeren discipline ontwikkeld. De droom heeft me er doorheen gesleept. En mijn vrouw Liesje. Elke dag stond ze met een grote picknickmand met eten bij mijn bed. We trouwden, en besloten om naar Afrika op huwelijksreis te gaan, en ons daar aan het einde van de reis te vestigen. ‘Na negen maanden dwars door het continent te zijn gereden – we sliepen op het dak van de jeep- kwamen we aan in een schitterende vallei, in een van de achtergestelde provincies van Zuid-Afrika.’
Samen met een vijftal Polen, een Libanese chirurg en twee andere Nederlandse artsen, gaat hij in een ziekenhuis met zeshonderd bedden werken, waar hij al snel de tropische praktijk leert kennen. Dagelijkse schot- en steekwonden, verkeersongelukkken en andere noodsituaties. ‘Het was ontzettend leerzaam, maar het voelde na een tijdje wel als dweilen met de kraan open.’
Na anderhalf jaar neemt hij voor het eerst het management van het ziekenhuis op zich. Hij krijgt de vrije hand en weet, met vernieuwende protocollen, de kliniekq draaiende te houden. Twee jaar later wordt hij door het Zuid-Afrikaanse ministerie van Volksgezondheid uitgenodigd om het hoofd van de paramedische gezondheidszorg van de hele provincie te worden. Een lastige keuze en volgens Tempelman een breekpunt in zijn carrière: ‘Na drie jaar werken als tropenarts kun je nog prima terug naar Nederland, maar als ik deze baan accepteerde, zou ik definitief de deur naar huis dichtgooien.’ Een uitgelopen pokeravond biedt de oplossing. Nadat hij in de rode ochtendgloed aangeschoten terug naar huis is gelopen, maakt hij zijn vrouw wakker, neemt haar mee naar buiten en vraagt haar: ‘Weet jij een plek in Nederland waar je zo’n zonsopgang kunt zien?’ Ze zijn nooit op hun beslissing teruggekomen. Zuid-Afrika is hun land geworden. Hun kinderen hebben een dubbele nationaliteit.

Als in 1994 de nieuwe regering van Zuid-Afrika aan de macht komt, is het duidelijk dat hij voor het ministerie de verkeerde huidskleur heeft. ‘Maar als je hard wilt werken, is er altijd wel een plekje voor je.’ In de vallei naast het thuisland wonen 140.000 mensen zonder medische zorg. Tempelman maakt een afspraak met de lokale bevolking: als zij de grond ter beschikking stellen, levert hij de stenen voor de bouw van een kliniek. Hij neemt een tweede hypotheek op zijn huis, hangt de stethoscoop drie maanden in de wilgen en bouwt, letterlijk, samen met de lokale bevolking, de kliniek. Ndlovu Medical Centre, een uit de kluiten gewassen huisartsenpraktijk met een blanke als drijvende kracht, midden in een township; ‘not done’ in die tijd. In het eerste jaar stappen de patiënten aarzelend over de drempel van de praktijk. Langzaam wint Tempelman hun vertrouwen en breidt hij de zorg uit. Als eerste plattelandskliniek van Zuid-Afrika zet het Ndlovu Medical Centre een tbc-behandeling op in samenwerking met het Departement van Gezondheid. In het eerste jaar meldden zich 94 patiënten; inmiddels is dat aantal vertwintigvoudigd.
Het succesvolle tbc-programma smaakte naar meer. Tempelman wilde zich aan de behandeling van hiv wagen – destijds een absoluut taboe in Zuid-Afrika. Maar de faam van zijn kliniek was intussen over de grenzen bekend geworden, zowel bij het publiek als bij geldschieters. Een investeerder wilde een afspraak met hem maken. ‘Ik ben altijd wel in voor een “blind date”. Maar deze had wel een heel mooie boodschap: zet je dromen maar op papier, de financiën bekijken we later wel.’
Hij schreef een groot plan over een kliniek waarin alle soorten zorg zouden samenkomen. Besmetting van moeder op kind, preventie, medicatie, voeding. De opzet moest de nieuwe blauwdruk worden die hij zonder problemen op andere plekken zou kunnen kopiëren.
Het gaat Tempelman om het leveren van kwalitatief hoogstaande zorg. Een ‘centre of excellence’ noemt hij het Ndlovu-project dan ook graag. ‘Als we geen kwaliteit kunnen garanderen doen we het niet. Dat vereist wel gedrevenheid. Van jezelf is die gedrevenheid gemakkelijk te vragen, maar van de omgeving is dat soms wat lastiger. We willen iedereen in elk geval trots en plezier geven in hun werk. Dat lukt. De vloeren zijn altijd brandschoon. Daarnaast staan hier achttien auto’s en talloze computers met flatscreens, en is er nog nooit ingebroken. Dan weet je dat de gemeenschap achter je staat. Ik wil iedereen op het werk en in het dorp de kans geven om zich te ontwikkelen. Een kort voorbeeld over een tandartsenbus die moest worden opgeknapt: ik had offertes gekregen van officiële spuiters, maar er was een hiv-patiënt uit het dorp die ontslagen was bij een spuiterij vanwege zijn seropositiviteit. Hij wilde graag weer aan de slag. Ik vroeg hem welk materiaal en gereedschap hij nodig had om de bus op te knappen en kocht dat voor hem. Ik zat daarmee nog ver onder de prijs van de officiële bedrijven en de bus was perfect gerepareerd. Het mooiste van het verhaal is dat hij met het gereedschap en de resterende materialen een kleine zelfstandige ondernemer werd. We hebben hem een jaar lang financieel begeleid. Inmiddels heeft hij zijn eigen bedrijfje met vier man in dienst. Dat vind ik nou ontwikkeling. Zo verdubbel je elke euro donorgeld.’
Tempelman glundert en neemt een trek van zijn sigaar.
‘Ik heb een wereldbaan. Het kost je wel wat vrije tijd, maar dan heb je ook wat. Het mooiste van mijn baan is dat ik een medium ben tussen de ‘haves’ en de ‘have-nots.’ Het is fantastisch om met beide groepen de genoegens van het geven en het ontvangen te delen. Dat moet je ook goed doen.
Ik ben niet met allerlei talenten gezegend, maar ik kan wel hard werken. Werken zou ik het eigenlijk niet willen noemen. Voor mij is het allemaal een hobby. Het kostte me wel moeite om de stethoscoop definitief op te bergen. Mijn hart ligt bij het dokteren, maar mijn meerwaarde ligt in het ondernemerschap. Charitatief ondernemen.’

De ober geeft aan dat de bar gaat sluiten, maar volgens Tempelman zijn we nog lang niet klaar. Er wordt een dubbele laatste ronde besteld. De ober zet verbaasd vier bier op ons tafeltje, terwijl het gesprek in hoog tempo verder gaat. Tempelman pakt een papiertje en maakt wat schetsen van de toekomst van zijn project. Het ziet er indrukwekkend uit.
‘Leuk hè?’ Hij kijkt me lachend aan. ‘Als je wilt, kun je je morgen aansluiten. Het is een instituut met veel vrijheid. Iedereen die een plan heeft, mag het hier komen uitwerken. Het moet dan wel goed gebeuren. Ik kan er slecht tegen als iets niet lukt. Noem het faalangst of perfectionisme, maar ik wil niet afgerekend worden op iets dat half is gebeurd. In zulke gevallen heb ik een kort lontje en kan ik me soms heel kwaad maken. De tijd dat “second best” goed genoeg was voor Afrika is voorbij.
Je kunt continu je grenzen verplaatsen. Er is een belangrijk evenwicht tussen je grenzen opzoeken en verantwoordelijkheid houden, zowel privé als in je werk. In het begin was ik vaak nog wat roekeloos op beide vlakken. Maar nu er 240 mensen financieel afhankelijk van me zijn, en er thuis drie kinderen rondlopen, merk ik dat ik me steeds verantwoordelijker opstel.’
Volgens Tempelman zijn we daarmee bij de drijvende kracht achter zijn project aangekomen. ‘Achter elke bijzondere man schuilt een sterke vrouw. Zonder haar zou ik hier niet zitten.’ Ze kennen elkaar sinds hun vroege jeugd. Liesjes broer was een klasgenoot en goede vriend. Ze komt, net als Tempelman, uit een gezin met negen kinderen. De geneeskunde zit Liesje in het bloed: vader was chirurg, haar broers zijn uroloog, orthopeed en huisarts.
Samen vormen ze een ijzersterk team. Dat de resultaten niet alleen aan Tempelman worden toegeschreven, blijkt wel uit het feit dat ze allebei geridderd zijn in de Orde van Oranje-Nassau. ‘We vullen elkaar aan. Zij is de expert in de financiën en de organisatie, ik richt me meer op de medisch-inhoudelijke kant. Op zich is dat vreemd, want zij heeft het medische in de genen en ik de handel.’
Tempelman komt uit een middenstandsgezin. Zijn ouders hadden twee kledingzaken in Apeldoorn. Hij was de jongste van de negen en altijd de joker van het stel. ‘Ze hebben allemaal hun eigen handel opgezet en waren stuk voor stuk op mijn leeftijd financieel onafhankelijk.’ Ze hebben nog steeds een hechte band. Elk jaar verzamelen ze zich met kerst bij één van de broers. ‘Misschien is die goede band ook ontstaan omdat ik zelf zo ver weg woon. Dan spreek je elkaar minder, maar gaat het wel direct de diepte in.’
Als jongste in een gezin van negen heeft hij al vroeg geleerd te delen, te onderhandelen en waardering af te dwingen. ‘Ik heb nauwelijks gepuberd en ik was redelijk vroeg oud. We leerden dat je best fratsen mag uithalen, maar dat je uiteindelijk je eigen rechter bent.’ Dat wil hij ook doorgeven aan zijn kinderen van zestien, veertien en twaalf jaar oud. Het Zuid-Afrikaanse onderwijs helpt hem daarbij. Op de christelijke school in Groblersdal wordt er elke morgen nog braaf naast de schoolbank gestaan als de leraar de klas binnenkomt.
Als hij de drukte van de kliniek even achter zich wil laten, stapt hij op zijn Harley Davidson. ‘Die heb ik gekocht van de erfenis van mijn vader. Hij had zeker gewild dat ik er iets mee zou doen waarmee ik van het leven zou genieten.’ Als hij uitgeput is, rijdt hij op zijn motor in het nabijgelegen wildpark Loskopdam stapvoets langs de zebra’s en gnoes. ‘Een betere vorm van ontspanning is er niet.’
Die ontspanning hoopt hij ook te vinden in het huisje dat hij laat bouwen aan de Mozambiquaanse kust. ‘Iedereen in de familie houdt erg van duiken. Dan zit je in Mozambique goed. De laatste keer dat ik aan het duiken was met mijn kinderen werd het ineens heel donker. Het was de slagschaduw van een grote walvis, die rustig een paar meter boven mij voorbij zwom. Daar kan ik weer weken op teren.’

De glazen op tafel zijn bijna allemaal leeg en het resterende stukje van de sigaren wordt aangestoken.
‘Ik beschouw mezelf als een religieus persoon, maar ik ga niet naar de kerk. Het is een zuiver persoonlijk geloof. Voor mij heeft het leven geen begin en geen einde. Volgens de natuurwetten bestaat er ook geen verlies van energie. Vanuit de rijkdom waar we zijn opgegroeid voel ik duidelijk een taak en een verantwoordelijkheid tegenover de mensen naast mij, maar ook wel tegenover iemand boven mij. Je hebt de verplichting om je talenten te benutten.’ Hij neemt nog een diepe trek van zijn sigaar en laat de rook langzaam over zijn lippen glijden.
‘Ik gebruik de autoritten in het donker naar mijn huis als meditatie. Om te kunnen blijven groeien, heb je concentratie en tijd nodig. Je moet kunnen evalueren en je doelen aan kunnen passen. Op het moment zie ik het als mijn doel om mensen kansen te geven. Mensen zo te positioneren dat zij hun talenten kunnen waarmaken.’
Hij drukt het laatste stompje van de sigaar uit. Voor het eerst in het gesprek valt er een korte stilte.
‘Er gaat natuurlijk ook heel veel mis. Wat ik je vanavond vertel is het resultaat van vijftien jaar bikkelen. Als we praten over wat er allemaal mis is gegaan, kunnen we nog twee avonden blijven zitten. Vorig jaar staakte het personeel. Dan krijg je een knauw, maar het is de realiteit. Hoe goed je het doet, je krijgt altijd kritiek. Slagvaardige mensen calculeren fouten in. Je moet continu scherp blijven. Niet alleen op het werk, maar ook in het huwelijk is het gevaarlijk om dingen als vanzelfsprekend te zien.’ Hij pakt zijn glas bier op. ‘Het kost me moeite om de verantwoordelijkheid steeds meer bij anderen te leggen. Dat is onderdeel van de groei. Maar ze zijn nog niet klaar met mij, want ik zal altijd een oogje in het zeil houden. De komende twintig jaar zit ik hier nog.’ Hij lacht en drinkt zijn glas leeg.

Tempelman heeft kritiek op de gangbare ontwikkelingshulp. ‘Het zijn allemaal projecten van drie tot vijf jaar. Die termijnen zijn allemaal veel te kort. Dan krijg je nog geen duidelijk resultaat. Daarnaast merk ik bij de werknemers en conferenties van NGO’s dat ze het niet echt als hun eigen geld zien. Moeiteloos en bijna onverschillig worden soms de grootste bedragen aan zinloze projecten uitgegeven.’ Om de langdurige resultaten goed te kunnen analyseren werkt hij samen met de universiteiten van Utrecht en Berlijn.
Bij zijn organisatie zijn ook bekende topsporters betrokken: Paul Haarhuis, Jacco Eltingh, Johan Cruijff, Hansje van Bunschoten, Maarten Sikking. ‘Zelf heb ik vroeger fanatiek gehockeyd, maar de echte top heb ik niet gehaald. Ik heb ook periodes gebokst en geroeid, maar dat was meer voor de emotionele balans. De reden dat ik al die mensen heb mogen ontmoeten, is dat ik ze op sportgebied iets had aan te bieden: ontwikkeling van sport en sportfaciliteiten in een township. Daarnaast heb ik het gevoel dat ik met ze mag samenwerken, omdat ze het doorzettingsvermogen dat je in topsport nodig hebt, herkennen in mijn werkzaamheden in Afrika.’ Sporten blijft een grote hobby, al moest Tempelman vorig jaar met een gescheurde achillespees tijdens de schoolvoetbalwedstrijd van zijn zoon wel erkennen dat het lichaam ook wat ouder aan het worden is.
Eén van de nachtwakers komt kijken wie er zo laat nog in het café zitten. Gelukkig is hij bereid om de ijskast van het slot te halen en twee laatste biertjes te schenken.

Tempelmans bekendheid blijft groeien. Vorige week stond er weer een groot artikel in een landelijke Zuid-Afrikaanse krant. Jimmy Carter, Desmond Tutu, Michail Gorbatsjov, Mary Robinson, en vele anderen hebben zijn kliniek al bezocht. Hij adviseert Richard Branson en de president van Madagaskar over gezondheidszorg. Aron Winter en Johan Cruijff hebben in Elandsdoorn gevoetbald. Prinses Irene, Herman van Veen en andere bekendheden zijn meerdere malen langs geweest. Volgens Tempelman leer je iemand pas kennen met een kop thee aan de keukentafel, of bij een borrel op de bank.
‘Als kind heb ik nooit echt tegen mensen opgekeken, alleen misschien tegen mijn ouders. Na een oorlog negen kinderen opvoeden die ook nog eens allemaal goed terechtkomen. Daar mag je heel trots op zijn. Pas als mijn kinderen succesvol op eigen benen staan, kan ik zeggen dat ik het goed heb gedaan.’
Als hij over leermeesters spreekt, moet hij ook twee hoogleraren aan de universiteit van Utrecht noemen. Zij coachen en inspireren hem op het gebied van de wetenschap. Daarnaast zijn er twee bakens die hem altijd steunen: een broer en een studievriend.
‘Het is altijd een drukte van belang op Elandsdoorn, maar aan een paar goede mensen heb je al genoeg.’
Het gesprek loopt ten einde. We kijken elkaar tevreden aan. We gaan voor de derde keer die avond naar de wc en stommelen daarna naar onze bedden.

De volgende ochtend zitten we om acht uur samen aan het ontbijt. De eerste telefoontjes komen al binnen. Hugo Tempelman zal weer op pad gaan langs bedrijven, stichtingen en ziekenhuizen. Pas ’s avonds kan hij wegrijden uit Johannesburg voor zijn twee uur durende terugrit. ‘Met hoge snelheid op die weg in het donker naar huis jakkeren vind ik lekker, het geeft me rust. Ik weet inmiddels wel waar de gaten in de weg zitten.’

Nog geen reacties

Geef een reactie

Note: You can use basic XHTML in your comments. Your email address will never be published.

Abonneer op deze reactie-feed via RSS